
4
30 minutes
35 minutes
Rundvlees
Oven
Er gaat weinig boven de geur van versgebakken bladerdeeg. Zeker wanneer er een heerlijke, kruidige vulling in verstopt zit. Deze hartige gehaktpasteitjes met appel en prei zijn precies het soort hapjes waar je er ongemerkt nog eentje van pakt. De buitenkant is goudbruin en knapperig, terwijl de binnenkant gevuld is met sappig rundergehakt, zachte prei en kleine stukjes appel. Voor de kruidige smaak gebruiken we Wat een rommelkruid. Die bijzondere kruidenmix geeft het gehakt een karakter dat mooi aansluit bij de hartige, huiselijke smaken van dit gerecht. De appel brengt een subtiele zoetheid, de prei zorgt voor een zachte groentesmaak en het bladerdeeg maakt het geheel heerlijk krokant.
Â
Rommelkruid is een traditionele Nederlandse kruidencombinatie die onder andere bekend is van balkenbrij. Maar je kunt er veel meer mee dan alleen dat klassieke gerecht. Juist in een hartige gehaktvulling komt het kruidige karakter goed tot zijn recht. In dit recept bakken we het gehakt eerst met ui en prei, waarna we appel toevoegen voor een frisse tegenhanger. Vervolgens laten we de vulling afkoelen, zodat het bladerdeeg tijdens het vullen stevig blijft en in de oven mooi kan rijzen. We vouwen er kleine pasteitjes van, bestrijken ze met ei en bakken ze goudbruin. Daarbij serveren we een eenvoudige saus van yoghurt en grove mosterd. Het resultaat is een heerlijk hapje voor een verjaardag, borrel of uitgebreide lunch. Maak gerust een dubbele hoeveelheid, want deze pasteitjes zijn vaak sneller verdwenen dan je verwacht.
Â
Rommelkruid is een traditionele Nederlandse kruidencombinatie die onder andere bekend is van balkenbrij. Maar je kunt er veel meer mee dan alleen dat klassieke gerecht. Juist in een hartige gehaktvulling komt het kruidige karakter goed tot zijn recht. In dit recept bakken we het gehakt eerst met ui en prei, waarna we appel toevoegen voor een frisse tegenhanger. Vervolgens laten we de vulling afkoelen, zodat het bladerdeeg tijdens het vullen stevig blijft en in de oven mooi kan rijzen. We vouwen er kleine pasteitjes van, bestrijken ze met ei en bakken ze goudbruin. Daarbij serveren we een eenvoudige saus van yoghurt en grove mosterd. Het resultaat is een heerlijk hapje voor een verjaardag, borrel of uitgebreide lunch. Maak gerust een dubbele hoeveelheid, want deze pasteitjes zijn vaak sneller verdwenen dan je verwacht.
Stappen
- Bereid de prei. Snijd de wortelaanzet en het harde donkergroene gedeelte van de prei af. Halveer de prei in de lengte en spoel zorgvuldig tussen de bladeren om zand te verwijderen.
- Snijd de prei. Snijd de schoongemaakte prei in dunne halve ringen en laat goed uitlekken.
- Bereid de ui. Pel de gele ui en snijd deze in kleine blokjes.
- Bereid de knoflook. Pel de knoflookteen en hak deze fijn.
- Bereid de appel. Was de appel, verwijder het klokhuis en snijd het vruchtvlees in kleine blokjes van ongeveer een halve centimeter. Schillen mag, maar hoeft niet.
- Weeg de kruidenmix af. Gebruik als uitgangspunt 4 g Wat een rommelkruid voor 400 g rundergehakt. Omdat het officiële gebruiksadvies naar smaak is, vormt dit een aanpasbare starthoeveelheid en geen vaste doseringsnorm.
- Verhit de koekenpan. Zet een grote koekenpan op middelhoog vuur en voeg 1 eetlepel zonnebloemolie toe.
- Bak de ui. Voeg de fijngesneden ui toe en bak ongeveer 2 minuten totdat deze glazig begint te worden.
- Voeg de prei toe. Schep de preiringen bij de ui en bak ongeveer 4 minuten totdat de prei zachter wordt.
- Voeg de knoflook toe. Roer de fijngehakte knoflook door de groenten en bak ongeveer 30 seconden mee.
- Voeg het gehakt toe. Schep 400 g rundergehakt in de pan en verdeel het met een houten spatel in kleine stukjes.
- Bak het gehakt rul. Bak ongeveer 5–7 minuten, totdat het vlees volledig bruin en gaar is.
- Voeg Wat een rommelkruid toe. Strooi de afgewogen kruidenmix gelijkmatig over het gehakt en schep zorgvuldig om.
- Voeg zwarte peper toe. Maal naar smaak een beetje zwarte peper over de vulling.
- Voeg de appel toe. Schep de appelblokjes bij het gehakt en de prei.
- Bak kort verder. Laat de appel ongeveer 2–3 minuten meebakken. De stukjes mogen iets zachter worden, maar moeten hun vorm behouden.
- Voeg de mosterd toe. Roer 1 theelepel grove mosterd door de vulling.
- Voeg de appelazijn toe. Schenk 1 theelepel appelazijn bij het mengsel en schep alles goed om.
- Laat overtollig vocht verdampen. Bak nog ongeveer 1–2 minuten zonder deksel. De vulling moet sappig zijn, maar er mag geen laagje vocht op de bodem van de pan staan.
- Proef de vulling. Controleer of de kruiden, appel en mosterd goed in balans zijn. Voeg eventueel een kleine hoeveelheid zout toe.
- Voeg het paneermeel toe. Haal de pan van het vuur en roer 20 g paneermeel door de vulling. Dit helpt overtollig vocht op te nemen.
- Laat de vulling afkoelen. Schep het gehaktmengsel op een grote schaal en spreid het uit. Laat afkoelen totdat de vulling niet meer warm is. Zet de schaal indien nodig kort in de koelkast.
- Verwarm de oven voor. Verwarm de oven voor op 200 °C boven- en onderwarmte, of 180 °C hetelucht.
- Bereid de bakplaat. Bekleed een grote bakplaat met bakpapier.
- Bereid het bladerdeeg. Leg de ontdooide bladerdeegplakjes op een licht met bloem bestoven werkblad. Houd het deeg koel en voorkom dat het te zacht wordt.
- Verdeel de vulling. Schep ongeveer 1½ tot 2 eetlepels afgekoelde gehaktvulling op één helft van ieder bladerdeegplakje. Laat rondom ongeveer 1 centimeter vrij.
- Maak de deegranden vochtig. Bestrijk de vrije randen met een klein beetje water.
- Vouw de pasteitjes dicht. Vouw ieder plakje diagonaal dubbel, zodat een driehoek ontstaat.
- Druk de randen aan. Druk de deegranden eerst met je vingers dicht en gebruik daarna een vork om ze stevig af te sluiten.
- Leg de pasteitjes op de bakplaat. Verdeel de twaalf pasteitjes over de bakplaat en laat voldoende ruimte tussen de stukken.
- Maak een stoomopening. Snijd met een scherp mes een klein sneetje in de bovenkant van ieder pasteitje. Zo kan stoom tijdens het bakken ontsnappen.
- Klop het ei los. Breek het ei in een kleine kom en klop met een vork los.
- Bestrijk de pasteitjes. Gebruik een bakkwast om de bovenkant van ieder pasteitje dun met losgeklopt ei te bestrijken.
- Voeg het sesamzaad toe. Strooi een kleine hoeveelheid sesamzaad over de pasteitjes.
- Bak de pasteitjes. Schuif de bakplaat in het midden van de voorverwarmde oven en bak ongeveer 20–25 minuten.
- Controleer de kleur. De pasteitjes zijn klaar wanneer het bladerdeeg goed gerezen en rondom goudbruin is. Controleer ook of de onderkant gaar en niet deegachtig is.
- Maak ondertussen de mosterdsaus. Schep 125 g Griekse yoghurt in een kleine mengkom.
- Voeg de mosterd toe. Roer 1 eetlepel grove mosterd door de yoghurt.
- Voeg de honing toe. Schep 1 theelepel honing bij de saus.
- Voeg het citroensap toe. Schenk 1 theelepel versgeperst citroensap in de kom.
- Voeg zwarte peper toe. Maal naar smaak een beetje zwarte peper over de saus.
- Meng de saus. Roer alle ingrediënten met een kleine garde tot een gladde, romige saus.
- Proef de mosterdsaus. Controleer of de frisse, zoete en pittige smaken goed in balans zijn. Bewaar de saus tot het serveren in de koelkast.
- Bereid de peterselie. Was de verse platte peterselie, dep droog en hak fijn.
- Haal de pasteitjes uit de oven. Zet de bakplaat op een hittebestendige ondergrond zodra het bladerdeeg goudbruin en gaar is.
- Laat kort rusten. Laat de pasteitjes ongeveer 5 minuten afkoelen. De vulling kan direct uit de oven erg heet zijn.
- Controleer de sluiting. Kijk of de pasteitjes mooi gesloten zijn gebleven. Een kleine hoeveelheid uitgelopen vulling is niet erg.
- Verdeel de pasteitjes. Leg drie warme gehaktpasteitjes per persoon op een bord of serveer alle twaalf op een grote schaal.
- Voeg de mosterdsaus toe. Zet de saus in een apart kommetje op tafel, zodat iedereen de pasteitjes erin kan dippen.
- Werk af met peterselie. Strooi een beetje fijngehakte peterselie over de serveerschaal.
- Serveer lauwwarm. Serveer de hartige gehaktpasteitjes met appel en prei wanneer het bladerdeeg nog lekker krokant is en de vulling voldoende is afgekoeld om veilig te eten.